“Gedichten voor kinderen van 6 tot 106”

Ingezonden mededeling

Slanke den, met grote bos krullen,
zoekt een boom van een vent
om eens flink mee te sparren.
Geen iepig type,
geen ratelpopulier,
geen triller als een espenblad,
maar één die tot de hemel groeit,
een sequoia of een baobab of zo,
die de beuk erin gooit
en de kastanjes uit het vuur haalt.

PS En zeker geen eikel graag.

Opgenomen in DICHTER. nr. 12 (Plint).

……….

Op bezoek

Mijn oma had alzheimer.
Ik herinner me hoe ze langzaam
in die verre vreemde wereld kroop.
Ze hield van vieze mopjes,
letterlijk, met kak en poep en pies.
Daar kon ze hard om schateren
en klonken varkensknorretjes
en af en toe een scheet.
Pardon, zei ze dan.
En net zo plotseling verstarde ze,
viel haar gezicht weer in de plooi
van grijze vogelveren,
krompen haar ogen tot een spleet.
Ik ga zo naar huis toe, zei ze,
en ik weet heus wel hoe u heet.

……….

Rs 72824905

Er is een gen ontdekt.
Hoera, er is een gen ontdekt!
Het gen heeft ook een naam,
zoals je ziet,
al is die nogal gek.

Het gen beschermt tegen een ei-
wit dat vrij agressief wordt,
zo zorgt dit gen voor wei-
nig kans dat je wablief wordt,
en dat je ook nog lekker vei-
lig liefst honderd en vief wordt.
De ontdekkers zijn heel blij –
dit brengt hen dichterbij.

Er is een gen ontdekt.
Hoera, er is een gen ontdekt!
Daar word ik dus heel blij van!
Tenminste,
als ik dat gen ook heb.

……….

Later

Wanneer ik heel erg oud ben
zet mij dan ergens in het woud.
Mijn benen stram, mijn voeten wijd,
mijn tenen uit elkaar gespreid.
Hef dan mijn armen op, voorzichtig –
als ze breken gaat het fout.

Omhels mijn stam, het wordt al koud.
Woel je handen nog één keer
door mijn dun geworden haar,
maak er een vogelnestje van.
Straks, als ze bij me komen wonen,
zal ik spreken in een taal van hout.